Vervangend vervoer uitgezonderd van Pseudo-eindheffing
maandag 22 juni, 2026De staatssecretaris van Financiën heeft vandaag aan de Tweede Kamer een voorstel voor wijziging van de pseudo-eindheffing gestuurd. Zo moet er een uitzondering komen voor vervangend vervoer en overige kortdurende zakelijke autoverhuur.
Tot nu toe zou een werkgever wettelijk verplicht worden om vanaf 1 januari aanstaande pseudo-eindheffing te betalen over de vervangende (brandstof-)auto bij onderhoud, reparatie of schadeherstel. Een onwerkbare situatie omdat de vervangende huurvloot nooit in een paar maanden geëlektrificeerd zou kunnen worden, schreven brancheorganisaties als BOVAG en VNA al eerder. Daarnaast dreigde er voor werkgevers een enorme administratieve rompslomp om bij te houden of het vervangend vervoer wel of niet elektrisch is en of er dus pseudo-eindheffing zou moeten worden betaald.
De kritiek lijkt nu weerklank te vinden in Den Haag. Naast vervangend vervoer, worden ook zaken aangepakt als het overgangsrecht bij fusies en overnames, de verlenging van de einddatum van het overgangsrecht, de toepassing van de pseudo-eindheffing in internationale situaties en een vrijstelling voor lesauto’s.
14 dagen aaneengesloten
Vervangend vervoer wordt in de nieuwe plannen voor 14 dagen (aaneengesloten) uitgezonderd. Ook voor andere korte zakelijke inzet wil het kabinet een uitzondering (tot 2031) voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing maken. Deze blijft beperkt tot de terbeschikkingstelling van maximaal een week (zeven kalenderdagen aaneengesloten). Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever. Bij een ruimhartiger uitzondering vreest de overheid dat de prikkel te groot wordt om met voortdurend wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de pseudo-eindheffing te ontduiken. Na de overgangstermijn (1 januari 2031) vervalt deze uitzondering.
Niet alle punten van de automotive branche zijn opgelost. Als het aan het kabinet ligt, komt er geen vrijstelling voor dealerdemo’s. Terwijl het voor een merk belangrijk is om alle modellen en uitvoeringen, zowel elektrisch als fossiel, bij de dealers als demo te hebben. Ook wil het kabinet niet meegaan in de oproep van het bedrijfsleven om gevallen te ontzien waarbij de werknemer zijn (brandstof-aangedreven) auto van de zaak meeneemt naar een nieuwe werkgever. Dit zal blijven gelden als een nieuwe terbeschikkingstelling, waarvoor de pseudo-eindheffing dus van toepassing wordt.
‘Greentimer-regeling’
Op woensdag 24 juni debatteert de Tweede Kamer nog over deze maatregelen, maar het is niet de verwachting dat die aan deze oplossingen zal gaan sleutelen, schrijven BOVAG en VNA.
Naast de maatregelen voor de pseudo-eindheffing, is te lezen in de brief dat het kabinet werkt aan een ‘greentimer-regeling’ om tweedehands EV’s aantrekkelijk als auto van de zaak in te kunnen zetten. Een dergelijke maatregel versterkt de tweedehands EV-markt en is dus ook goed om de afschrijving op nieuwe EV’s te beperken.
Tot slot kondigt het kabinet aan dat het concreet gaat onderzoeken hoe de motorrijtuigenbelasting kan worden omgebouwd. Nu is deze gebaseerd op gewicht, maar het kabinet denkt eraan om dit te veranderen in voertuigafmetingen (wielbasis x spoorbreedte). Dit gaat meer tijd in beslag nemen en zal dus zeker niet voor 1 januari 2028 worden aangepast.
Categorie: Pseudo-eindheffing




