BOVAG wil extra ingrepen in pseudo-eindheffing

vrijdag 4 september, 2026

De in juni aangekondigde aanpassingen aan de pseudo-eindheffing zijn wat BOVAG betreft niet genoeg. In een brief aan Kabinet en Tweede Kamer pleit BOVAG vandaag voor meer ingrepen.

Christianne van der Wal

Zo wil BOVAG voor twee jaar uitstel voor vervangend vervoer en verhuur en een vrijstelling van de pseudo-eindheffing voor dealerdemo’s. De brief volgt op nadere analyses van BOVAG-leden die stellen dat de regeling in de praktijk van ondernemers desastreus uitpakt en leidt tot te veel extra kosten, risico’s en administratieve lasten.

Het komt onder andere door versnelde afschrijving en dalende restwaardes. Maar de algemeen voorzitter van de BOVAG, Christianne van der Wal, benoemt ook andere problematisch punten. “Zo zien we dat opdrachtgevers, veelal leasemaatschappijen, verhuurbedrijven en autobedrijven aansprakelijk gaan stellen, wanneer een vervangende auto langer dan de gestelde twee weken ter beschikking wordt gesteld.”

Na de eerdere lobby van BOVAG, gesteund door 20 brancheorganisaties, kwam het kabinet afgelopen juni met de nodige praktische aanpassingen in de pseudo-eindheffing. Zo komt er op verzoek van BOVAG een uitzondering voor vervangend vervoer en overige kortdurende zakelijke autoverhuur. En lesauto’s krijgen een gerichte vrijstelling. En de overgangstermijn wordt op een logischere datum beëindigd: 1 januari 2031 in plaats van 17 september 2030. Deze aanpassingen zijn verwerkt in het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd.

Wat wil BOVAG?

  • Voer de pseudo-eindheffing eerst alleen in bij reguliere, vaste terbeschikkingstelling van een auto aan een medewerker. En geef de auto- en verhuursector twee jaar de tijd om hun verhuur- en vervangend vervoerwagenpark te elektrificeren. Dat vermindert het risico op aansprakelijkstelling door (grote) klanten, het beperkt de forse waardedaling en versnelde afschrijving van het bestaande wagenpark van vervangend vervoer en het biedt de noodzakelijke tijd om de laadinfrastructuur gereed te maken voor de elektrificatie van het wagenpark.
  • Maak het – na die twee jaar – mogelijk dat een huurauto vaker dan één keer bij dezelfde werkgever mag worden ingezet. De voorwaarde dat een specifieke huurauto X slechts één keer in een kalenderjaar bij werkgever Y mag worden ingezet zorgt voor problemen: de administratie daarvan is ingewikkeld en het leidt er bovendien toe dat kleine autoverhuurbedrijven worden benadeeld ten opzichte van grote spelers. Die kleine bedrijven hebben immers een kleiner verhuurpark.
  • Trek – na die twee jaar – de termijn incidentele terbeschikkingstellingen gelijk met die voor vervangend vervoer. Nu wordt nog onderscheid gemaakt tussen huurauto’s die worden ingezet als vervangend vervoer bij schade, onderhoud en reparatie enerzijds (maximaal 14 dagen), en overige verhuur anderzijds (maximaal 7 dagen) om uitgezonderd te worden van de pseudo-eindheffing. Dat onderscheid is dun en onduidelijk, is aan ondernemers en klanten niet uit te leggen en zorgt voor veel administratief gedoe.
  • Laat dealerdemo’s niet onder de pseudo-eindheffing vallen. De omvang en samenstelling van de demovloot wordt in de praktijk immers niet door het dealerbedrijf, maar grotendeels of zelfs volledig bepaald door de importeur/fabrikant. De juridische basis hiervoor ligt in de dealerovereenkomsten. Zolang er nieuwe brandstofauto’s en PHEV’s van een merk worden verkocht, zal de importeur/fabrikant eisen dat er daarvan ook demo’s bij de dealer staan en worden ingezet
Categorie: Fiscaal
Labels: BOVAG