Werkgevers pakken nadrukkelijker de regie in de elektrificatie van hun zakelijke vloot. Maar stijgende mobiliteits- en laadkosten nemen een steeds grotere rol in de keuzes die daarin worden gemaakt. Het nieuwe Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek (NZMO) 2026 laat zien dat de strijd niet langer draait om de vraag óf het wagenpark elektrisch wordt, maar om wie de rekening betaalt — en hoe snel bedrijven de overstap kunnen maken. En: voor de leasesector zit de groei niet in méér auto’s.
Hoewel bedrijvigheid en werkgelegenheid per saldo blijven groeien en bedrijven ook voor 2027 optimistisch zijn, vertaalt dat vertrouwen zich nauwelijks in extra zakenauto’s. Uit het NZMO blijkt dat van de bedrijven 65 procent volgend jaar een gelijkblijvend wagenpark verwacht; per saldo resteert een groei van ongeveer 2 procent. De echte beweging zit in de samenstelling van het wagenpark, de aandrijving en de manier waarop mobiliteit wordt georganiseerd. Voor importeurs, dealers en leasemaatschappijen moet groei vaker komen uit vervanging, elektrificatie, marktaandeel en nieuwe diensten. Werkgevers richten zich intussen vooral op een efficiëntere inzet van hun bestaande wagenpark.
EV verankerd in autoregeling
Het aandeel volledig elektrische auto’s in zakelijke wagenparken steeg van 6 procent in 2019 naar 43 procent in 2026. Bedrijven rekenen op 54 procent in 2027 en 78 procent in 2030. Ook de voorkeur van automobilisten wijst dezelfde kant op: 63 procent kiest bij de volgende zakenauto voor volledig elektrisch en 91 procent van de huidige EV-rijders wil opnieuw een elektrische auto.
Bij 91 procent van de bedrijven kan inmiddels voor een EV worden gekozen; 55 procent staat uitsluitend volledig elektrisch toe. Eerdere ramingen over het tempo bleken soms te optimistisch, maar de huidige verwachting rust op concreter bewijs: elektrische aandrijving is nu zichtbaar verankerd in autoregelingen én voorgenomen keuzes.
Werkgever pakt de regie
De overgang van stimuleren naar verplichten gaat snel, zo blijkt uit de cijfers. In 2021 verplichtte slechts 4 procent van de bedrijven medewerkers om volledig elektrisch te rijden; inmiddels is dat 55 procent. Bij organisaties met minstens 1.000 medewerkers loopt dat aandeel op tot 90 procent. Die sturing stuit minder vaak op weerstand dan verwacht: van de zakelijke rijders die zelf niet voor volledig elektrisch zouden kiezen, accepteert 75 procent alsnog een EV wanneer de werkgever die voorschrijft. Daarmee worden fleetmanagement, HR en inkoop steeds bepalender voor welke auto’s de zakelijke markt binnenkomen.
Die sturing stuit minder vaak op weerstand dan verwacht
De pseudo-eindheffing versterkt die regierol. Ruim de helft van de bedrijven, 54 procent, verwacht hierdoor eerder volledig elektrisch te gaan. Tegelijk kan de maatregel vóór 2027 een laatste fossiele beweging veroorzaken: 17 procent denkt extra auto’s met een verbrandingsmotor in te zetten en 25 procent wil bestaande auto’s langer gebruiken. Vooral kleinere ondernemingen houden ook na 2027 de mogelijkheid van nieuwe brandstofauto’s open. De timing van vervanging en contractverlenging wordt daardoor nadrukkelijker een fiscale en financiële afweging.
Mkb vormt de volgende groeimarkt
Grote organisaties lopen bij de omschakeling duidelijk voorop. Bij kleinere bedrijven blijven benzine en plug-inhybride langer beschikbaar en moet een groter deel van de overstap nog plaatsvinden. Juist daar ligt dus groeiruimte voor importeurs, dealers, leasemaatschappijen en laadbedrijven. Om die markt te bereiken zijn eenvoudige proposities, voorspelbare kosten, praktische laadoplossingen en heldere uitleg over fiscaliteit belangrijker dan een ingewikkeld aanbod.
Voor zakelijke rijders die nog twijfelen, blijft actieradius de doorslaggevende voorwaarde: 69 procent noemt voldoende bereik als belangrijkste reden om alsnog over te stappen. Ook thuis kunnen laden wordt belangrijker. Tegelijk nemen klassieke zorgen bij werkgevers over actieradius en catalogusprijs af en verschuift de aandacht naar normleasebedragen, laadfaciliteiten en vervangend vervoer. De praktijk blijkt vaak gunstiger dan niet-EV-rijders verwachten, want huidige EV- en plug-inhybriderijders beoordelen hun laadmogelijkheden thuis en in de woonomgeving aanzienlijk positiever.
Kosten worden het nieuwe strijdtoneel
Kosten zijn voor 58 procent van de bedrijven de belangrijkste factor bij de inrichting van zakelijke mobiliteit. Bedrijven ramen dat de mobiliteitskosten per medewerker het afgelopen jaar gemiddeld met 11 procent zijn gestegen, mede door hogere brandstofprijzen. Opvallend genoeg noemt 39 procent sneller elektrificeren als belangrijkste reactie. Elektrisch rijden geldt daarmee niet alleen als duurzaam of fiscaal aantrekkelijk, maar ook als mogelijke route naar kostenbeheersing. Daar staat tegenover dat aanschafwaarden en normleasebudgetten stijgen, waardoor een hoger budget niet automatisch meer auto oplevert. De totale gebruikskosten worden daarom belangrijker dan alleen de catalogusprijs.
De totale gebruikskosten worden daarom belangrijker dan alleen de catalogusprijs
Ook bij laden verschuift het vraagstuk van beschikbaarheid naar beheersing. Inmiddels zorgt 75 procent van de bedrijven voor voldoende laadmogelijkheden op de eigen locatie en staat 81 procent snelladen toe. Toch monitort slechts 24 procent de laadkosten goed en grijpt 22 procent in wanneer die te hoog oplopen. Omdat leaserijders vooral gemak en snelheid laten meewegen, ontstaat een nieuwe markt voor slimme laadsturing, transparante rapportages en integrale energie- en laadoplossingen, denken althans de onderzoekers.
Zakenauto blijft, maar niet vanzelfsprekend
De zakenauto verdwijnt voorlopig niet, maar verliest wel zijn vanzelfsprekende positie als arbeidsvoorwaarde. Van de bedrijven verwacht 53 procent dat de auto over een jaar minder vaak als arbeidsvoorwaarde wordt aangeboden, tegenover 44 procent in 2025. Alternatieven als mobiliteitsbudgetten en poolauto’s winnen aandacht, maar een brede doorbraak blijft uit: 21 procent biedt een mobiliteitsbudget aan en slechts 4 procent acht invoering binnen drie jaar waarschijnlijk. Werkgevers zullen daardoor kritischer bepalen wie een auto krijgt en in welke vorm.
Tegelijk verandert de concurrentie tussen automerken. Nu de aandrijfvorm vaker vastligt, verschuift keuzevrijheid naar merk, model, prijs, actieradius, laadsnelheid, comfort en praktische bruikbaarheid. De gemiddelde voorgenomen merkloyaliteit bedraagt 42 procent en negen van de tien meest genoemde modellen voor de volgende zakenauto zijn volledig elektrisch. Een sterke historische marktpositie biedt dus geen garantie meer. Modellen moeten eerst door de poort van de autoregeling — met een passende prijs, gebruikskosten en laadprestaties — en daarna de bestuurder overtuigen.
Opnieuw verdienen
De conclusie van NZMO 2026 is helder: de discussie gaat niet langer vooral over de vraag óf zakelijke wagenparken elektrisch worden, maar over het tempo, de uitvoering en de betaalbaarheid. Werkgevers worden de regisseur, leasemaatschappijen ontwikkelen zich tot mobiliteits- en optimalisatiepartner en importeurs en dealers moeten hun positie opnieuw verdienen. De auto houdt een centrale rol in zakelijke mobiliteit, maar zijn aandrijving, kostenstructuur en plaats binnen het arbeidsvoorwaardenbeleid veranderen fundamenteel.
Het Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek 2026 is een initiatief van Automotive Management, VNA, RDC en Allianz en wordt uitgevoerd door VMS | Insight. Het onderzoek brengt jaarlijks de ontwikkelingen in zakelijke mobiliteit in kaart vanuit het perspectief van werkgevers en zakelijke reizigers.
Categorie: Marktcijfers / brancheberichten





